Honden met mensen vergelijken is OK!

All website content: © HondenLot | KVKnr: 69598886 | Westbeemster | mail: info@HondenLot.nl |

Honden met mensen vergelijken is OK!

Antropomorfisme, van taboe naar hulpmiddel

 

Het is nog steeds een omstreden invalshoek, het vergelijken van honden met mensen. Met name het toekennen van menselijke eigenschappen aan honden, wat ook wel antropomorfisme wordt genoemd. Dergelijke gedachtes worden door veel mensen gezien als onprofessioneel. Is dat terecht? Honden zijn geen mensen, dat klopt, maar zou het niet kunnen helpen om te realiseren dat wij mensen, net als honden, behoren tot het dierenrijk en dat er bepaalde overeenkomsten kunnen bestaan? Zou het niet juist tot meer begrip kunnen leiden wanneer wij een menselijke invalshoek kiezen bij onze communicatie over honden? Uiteindelijk is het als mens niet mogelijk om vanuit een dier te denken, dus wij zullen er altijd menselijke interpretaties op nahouden. Eigenlijk kunnen wij er niet omheen.

 

Een mens is een diersoort en een hond is een diersoort die zich al tienduizenden jaren sterk heeft ontwikkeld op het gebied van samenwerking met mensen.

Vroeger rustte er een taboe op dergelijke teksten. De mens zou ver boven het dierenrijk staan. Tegenwoordig ontdekken wetenschappers echter steeds meer overeenkomsten tussen mensen en andere diersoorten. Met name op het gebied van hersenactiviteit, bewustzijn en emoties is er de afgelopen decennia een wereld open gegaan. Zo worden er momenteel nog steeds nieuwe onderzoeken gepubliceerd die onze, eerder omstreden antropomorfe gedachtes lijken te bevestigen.

Honden lijken meer overeenkomsten met mensen te hebben dan eerder gedacht. In dit artikel ga ik in op antropomorfisme en hoe dit langzaam van een taboe naar een hulpmiddel verschoven is.

 

Antropomorfisme was een taboe

Nog geen 500 jaar geleden waren mensen er van overtuigd dat dieren geen gevoelens hadden en ook geen enkele vorm van bewustzijn. Dieren waren net als machines, het waren slechts lichamen zonder geest (aldus o.a. René Descartes, 1595 - 1650, natuurwetenschapper en filosoof). Zo zouden dieren geen pijn kunnen ervaren, met als gevolg dat er in die tijd de meest gruwelijke experimenten op dieren werden uitgevoerd, waarvan ik jullie de details graag bespaar.

Een begrip als dierenwelzijn bestond in die tijd niet.

 

Pas toen Charles Darwin (1809-1882) met zijn evolutietheorie opkwam, begonnen mensen langzaam te realiseren en te accepteren dat zij zelf misschien ook wel onderdeel uitmaakten van het dierenrijk. Er werd geschreven over emoties en heel voorzichtig doken er antropomorfe beschrijvingen op van andere diersoorten. Echter, dit bleef zeer omstreden.

 

In de 20ste eeuw kwam er steeds meer onderzoek naar het ontstaan van gedrag. Gerenommeerde namen als Pavlov en Skinner maakten deel uit van het zogenaamde behaviorisme, een stroming die gedrag probeerde te verklaren en te ontleden. Over emoties werd niet gesproken of geschreven. Al het gedrag zou namelijk zijn aangeleerd en alles was volgens hen aan te sturen via leerprincipes als klassieke en operante conditionering. Wat er binnen het lichaam afspeelde werd gezien als een zogenaamde ‘black box’. Een zwarte doos waar de wetenschap geen toegang toe had. Over gevoelens schrijven was in deze tijd nog steeds uit den boze.

 

Het woord antropomorfisme heeft jaren lang een omstreden, negatieve lading gehad, zeker binnen de wetenschap. Het ontkennen van het bestaan van gevoelens bij dieren is door de wetenschap bovendien lang gebruikt als excuus om dierenproeven uit te voeren zonder rekening te hoeven houden met dierenwelzijn.

Gelukkig bleef de wetenschap zich verder ontwikkelen en zo ontstond er langzaam toch verandering.

 

Dieren blijken gevoelens te ervaren die in de basis vergelijkbaar zijn met die van mensen

Vanaf de jaren 50 ontstond er een nieuwe stroming binnen de gedragsleer. De opkomst van de cognitieve psychologie en neurowetenschappen zorgden ervoor dat de omstreden zwarte doos werd geopend. Men begon te ontdekken wat er zich binnen het lichaam en in de hersenen van dieren afspeelde. Mensen ontdekten dat dieren wel degelijk pijn en leed konden ervaren. Dierenwelzijn werd eindelijk erkend en nieuwe regels moesten er voor zorgen dat dierenproeven minder wreed werden uitgevoerd.

Door onderzoek te doen naar de rijke emotionele belevingswereld van dieren, ontdekten mensen tot hun verbazing dat er vele overeenkomsten bestaan tussen diverse emotionele systemen die diep binnen de hersenen geactiveerd kunnen worden. Gevoelens als woede, angst, vreugde, genegenheid en lust bleken binnen de hersenen van zoogdieren overeenkomstige activiteit te veroorzaken.

 

Dierlijk onderzoek wordt inmiddels al decennia lang gebruikt om oplossingen te vinden voor menselijke problemen.

De overeenkomsten blijken veel groter te zijn dan eerder gedacht.

 

Antropomorfisme is een hulpmiddel

Dierlijke reacties geven ons steeds meer inzicht in menselijke reacties. Mensen zijn dieren. Mensenhersenen zijn op veel gebieden (met name op denkniveau) absoluut aanzienlijk verder ontwikkeld, maar diep in de basis, waar o.a. diepgewortelde emotionele systemen zich bevinden, blijken er overeenkomsten te bestaan. Onder extreme omstandigheden nemen onze primaire emoties onze hersenen over. Denk aan woeste, agressieve uitbarstingen of aan heftige angstreacties waarbij de adrenaline door je lichaam stoot. Dezelfde reacties kunnen bij andere diersoorten plaatsvinden. Mensen spreken ook wel eens over dierlijke, instinctieve reacties die kunnen plaatsvinden onder extreme spanning of dreiging. Hierbij komt ‘het beest in ons naar boven’. Dit betreft die primaire emoties, de diepgewortelde systemen die onze overlevingsdrang tot uiting brengen en die bij vele zoogdieren op dezelfde manier werken. Het eerder gevreesde antropomorfisme wordt mede hierdoor inmiddels niet langer gezien als een bedreiging voor de wetenschap.

 

Ook binnen de gedragstherapie worden diverse diagnoses bij zowel mensen als honden (en vele andere dieren) vastgesteld. Denk aan obsessieve compulsieve stoornissen, angststoornissen, posttraumatische stress stoornissen en zelfs depressies die bij vele diersoorten (net als bij mensen) kunnen worden vastgesteld.

Wat gedragsmedicatie betreft (bijv. antidepressiva) geldt dat deze medicatie eerst wordt getest op dieren en aan de hand van de resultaten wordt het ook bij mensen toegepast, omdat die overeenkomsten er zijn. Inmiddels is ook minder omstreden om honden met bepaalde gedragsstoornissen gedragsmedicatie voor te schrijven als hulpmiddel bij gedragstherapie.

 

Wij mensen zullen nooit kunnen kijken vanuit de hond. Alles wat je als mens observeert is namelijk per definitie menselijk, subjectief en neigt dus naar antropomorfisme. Dat is niet erg, want dit maakt de emoties van dieren juist toegankelijk voor mensen.

 

Het doet geen afbreuk aan dierenwelzijn wanneer wij spreken over termen als jaloezie, blijdschap, boosheid en verdriet bij honden. Het zorgt er juist voor dat er meer begrip ontstaat voor de reacties en het gedrag dat honden ons laten zien.

 

Het gaat mij dus vooral om empathie en communicatie, wanneer ik antropomorfisme als een hulpmiddel omschrijf. Antropomorfisme helpt ons om onze honden beter te leren begrijpen.

 

Antropomorfisme versus hondenwelzijn

Wanneer men menselijke eigenschappen op honden projecteert en dit gebruikt bij omschrijvingen van de belevingswereld van honden, dan kan dit het welzijn van honden ten goede komen wanneer het aanstuurt op empathie.

 

Het toekennen van menselijke eigenschappen aan dieren kan echter ook schadelijke vormen aannemen, waarbij het welzijn van dieren kan worden aangetast.

Mensen kunnen er niet van uit gaan dat zij de emoties van dieren altijd op de juiste manier interpreteren. Zo is in 2014 uit onderzoek gebleken dat honden zich niet schuldig bleken te voelen, terwijl het er voor mensen wel zo uit leek te zien. Het gedrag wat mensen als 'schuldig' interpreteerden, leek eerder een angstreactie te zijn op de mens. Mensen die honden benaderden met een beschuldigende toon, kregen een angstreactie vanuit de hond te zien, ongeacht wat de hond daarvoor wel of niet had gedaan. Deze reactie bleek compleet los te staan van een eventueel schuldgevoel. (Klik hier om meer te lezen over dit onderwerp)

Er dient dus waakzaam omgegaan te worden met observaties en interpretaties. Hiervoor is wetenschappelijk onderzoek van groot belang.

 

Er zijn vijf vrijheden die als richtlijn gebruikt worden voor dierenwelzijn:

 

  1. Vrij van dorst, honger en onjuiste voeding.
  2. Vrij van fysiek en mentaal ongerief
  3. Vrij van pijn, verwonding en ziektes
  4. Vrij van angst en chronische stress
  5. Vrij om natuurlijk gedrag te vertonen.

 

Er zijn mensen die compleet doorslaan met hun antropomorfe gedachtes. Denk bijvoorbeeld aan mensen die hun honden dik maken met het overmatig voeren van menselijk junkfood, aan mensen die hun honden menselijke kleding aantrekken, mensen die het haar van honden op een onnatuurlijke manier scheren of knippen of, nog erger, de vacht in felle onnatuurlijke kleuren verven. Er bestaan zelfs mensen die honden uithuwelijken en dwingen tot menselijke handelingen. Het lijkt mij duidelijk dat in al deze gevallen een of meerdere van de vijf bovengenoemde vrijheden wordt aangetast. In dergelijke gevallen keur ik antropomorfisme dan ook sterk af.

 

Honden met mensen vergelijken is dus geen probleem, zo lang je de hond niet in zijn welzijn aantast. Wij mensen zullen altijd dieren blijven die zich verwonderen over de emotionele ervaringen van andere dieren (inclusief die van onszelf) en dat is OK!

 

Je zal mij niet horen zeggen dat de emoties die ik als mens ervaar op precies hetzelfde neerkomen als de emoties die mijn hond ervaart. Ik kan echter ook niet zeggen dat die emoties hetzelfde aanvoelen als de emoties van een ander mens. Wij zijn allemaal individuen met een eigen, unieke belevingswereld.

 

We kunnen nooit precies weten wat er in een ander (mens, hond of ander dier) omgaat. Dat zou ons echter niet moeten tegenhouden om empathie te tonen voor anderen.

 

 

Geschreven door Lot, van HondenLot, oktober 2015. Inclusief bronvermelding en digitale doorverwijzing wordt delen op prijs gesteld. Copy paste/directe overname is zonder schriftelijke toestemming niet toegestaan.

 

Een aan te raden aanvulling op dit artikel is de TED video van Laurel Braitman, schrijfster van Animal Madness. Klik hier om deze te bekijken.

 

 

 

 

 

Meer artikelen van HondenLot:

 

 

Referenties:

  • Bekoff, M., Goodall, J. (2008). The Emotional Lives of Animals - A Leading Scientist Explores Animal Joy, Sorrow, and Empathy and Why They Matter
  • Berns, G. (2013). How Dogs Love Us
  • Gabbard, J. (2014). 8 Insightful Studies That Answer Whether or Not Dogs Have Feelings. Via: http://www.puppyleaks.com/studies-on-dog-emotions/
  • Panksepp, J. (1998). Affective Neuroscience
  • Post, C.P. (2012). De angst voor antropomorfisme. Biotechniek - nummer 51-3