Angst is geen gedrag

All website content: © HondenLot | KVKnr: 69598886 | Westbeemster | mail: info@HondenLot.nl |

Angst is geen gedrag.

Er zijn nog steeds mensen die denken dat wanneer een hond bang is en je de hond op dat moment iets lekkers geeft of aanhaalt dat je dan de angst beloont, bevestigt of versterkt. Angst is echter geen gedrag. Gedrag kan wel voortkomen uit angst. Je kunt gedrag belonen, maar angst niet.

Je kunt negatieve gevoelens niet erger maken met positieve ervaringen. Je kunt ze wel negatiever maken met negatieve ervaringen.

 

Het is een van de meest voorkomende onderliggende oorzaken van probleemgedrag: angst. Wat is angst nu precies? Angst is een beklemmende, onaangename emotionele toestand die wordt veroorzaakt door dreiging of gevaar. Angst is een gevoel dat kan leiden tot een bepaalde vorm van gedrag (bijvoorbeeld vluchten, vechten, bevriezen).

 

Helaas bestaan er nog steeds veel misverstanden rondom dit thema binnen de hondenwereld. Ik vind het heel belangrijk om hier dan ook uitgebreid aandacht aan te besteden. Hieronder neem ik een aantal zeer bekende misverstanden en onterechte aannames onder de loep.

 

“Niet belonen of aandacht geven hoor, want anders bevestig je de angst.”

Het zou inmiddels bekend moeten zijn, maar het kan niet vaak genoeg herhaald worden: je kunt angst niet belonen. Soms moet je iets visualiseren en goed overdenken voordat je iets voor waar aanneemt. Dat geldt ook voor bovenstaande uitspraak. Wanneer je een angstige hond op een prettige manier aandacht geeft of iets lekkers geeft, dan geef je de hond hooguit een prettige ervaring of steun. Een hond wordt niet angstiger wanneer hij iets lekkers eet of een prettige aanraking ontvangt. Laat dit bezinken.

 

Angst is een emotie die alleen het 'roer' (het aansturen van gedrag) overneemt tijdens negatieve/nare/bedreigende ervaringen. Je kunt dergelijke gevoelens NIET verergeren met een positieve ervaring. Je kunt dergelijke gevoelens WEL verergeren met een negatieve ervaring, bijvoorbeeld door een hond ineens keihard te negeren of door een hond in een situatie te brengen waarbij de angst verder toeneemt. Een bange hond die een klap krijgt bij het uiten van angst, zal zeer zeker steeds angstiger worden en misschien uiteindelijk zelfs agressief kunnen gaan reageren. Datzelfde geldt voor een angstige hond die gedwongen wordt om datgene waar hij angstig voor is te benaderen. Angst is een emotie die zeer serieus genomen dient te worden en die niet in verwarring gebracht zou moeten worden met gedrag.

 

“Maar bij belonen wordt gedrag toch versterkt?”

Dat klopt! Beloningen gaan gepaard met prettige gevoelens en deze kunnen gedrag versterken. Gedrag omvat alles wat een hond doet. Dit kan soms compleet los (komen te) staan van wat een hond voelt.

 

Technisch gezien zou je een hond die uit angst (emotie) begint te trillen (gedrag), kunnen belonen voor het trillen. Als jij een hond consequent een beloning aanbiedt wanneer hij trilt, dan is het technisch gezien haalbaar dat een hond het gedrag (dus puur en alleen het trillen) ook gaat inzetten wanneer hij niet angstig is, maar omdat hij een beloning opzoekt. Dit zou kunnen ontstaan wanneer je een hond zeer consequent, dus iedere keer op het moment van het trillen, prijzend toespreekt met “Goedzooo! Braaaf! Jaaaa, knappe hond!” en vervolgens ook consequent iets lekkers aanbiedt, precies getimed op wanneer de hond trilt en anders niet. Hiermee zou je het trillen als losstaand gedrag kunnen belonen en versterken.

De kans hier op is echter vrij klein. Dat heeft te maken met het feit dat een angstige hond meer moeite heeft met leren. Angst tast het leervermogen aan.

Dergelijke consequent lonende reacties die getimed worden op precieze gedragingen zijn niet aan te raden. Wat wel aan te raden is, is het bieden van algemene steun en vertrouwen, met wellicht een fijne vorm van aanraking en lieve woorden op een neutrale/rustige toon. Ook kun je sommige honden nog afleiden met bijvoorbeeld een leuk speeltje, hersenwerk of andere oefeningen (dit lukt alleen wanneer een hond nog benaderbaar is ondanks de angst). Hiermee kun je soms de aandacht verleggen waardoor ook de focus op het nare -en de daar aan gekoppelde negatieve emotie- kan verminderen.

 

“Als je het gedrag van de hond kan aanpassen, dan wordt de angst ook meteen minder”

Wat ik erg veel tegenkom is dat men hoog inzet op het aanpassen van het gedrag van de hond en dat men hierbij te weinig rekening houdt met de onderliggende emotionele reactie. Het aanpassen van het gedrag kan absoluut een onderdeel van een therapie zijn en dit kan zowel hond als mens enorm helpen, maar het is niet altijd genoeg en in sommige gevallen kan het zelfs de plank compleet mis slaan.

 

Een voorbeeld: een hond die uitvalt uit angst, kan dit gedrag niet inzetten wanneer hij zit. Als therapie wordt uitgelegd dat men de hond leert zitten op het moment dat de 'enge prikkels’ in beeld komen. Hiermee kun je het uitval gedrag aanpassen naar zitten, maar het verandert niet per se de emotionele reactie van de hond op die prikkels. Het uitval gedrag kan hiermee stoppen, maar het gevoel van angst niet. Datzelfde geldt voor de veelvuldig aangeboden oefening van aandacht voor de mens. Naar de mens kijken en daarvoor beloond worden, wordt veel ingezet om angstige reacties te voorkomen. Een hond die naar de mens kijkt, ervaart geen direct contact met de 'enge prikkel’ en voelt zich daardoor minder snel bedreigd. Dit werkt absoluut; het gedrag verandert, maar maakt het de hond ook meteen minder bang voor de betreffende prikkels? Dat is zeker niet gegarandeerd!

Dit geldt ook voor het advies wat vaak gegeven wordt bij honden die bang zijn voor mensen of kinderen: "Laat vreemden of kinderen de hond lekkers aanbieden”. Kijk uit: Dit advies bevat een enorm risico! Je bezorgt een angstige hond hier een conflictgevoel mee. De hond wil het lekkers halen, maar moet hiervoor eerst datgene benaderen waar hij/zij zeer angstig voor is. De ervaring van pure angst terwijl de hond een koekje aanneemt en veel te dichtbij vreemden of kinderen in de buurt komt, brengt een groot risico op plotse agressie met zich mee. Zodra het koekje op is kan de hond beseffen hoe dicht bij hij gekomen is en overmatig angstig reageren. Gooi dus altijd zelf lekkers naar de hond toe of biedt deze zelf aan wanneer de hond uit eigen, vrije keuze datgene benadert wat hij/zij spannend vindt.

 

Angst beïnvloedt het leervermogen

Honden die angst ervaren, schakelen om naar een overlevingsmodus waarbij de focus komt te liggen op een reactie op datgene wat de hond als een bedreiging ervaart. Een soort reflex met een hele duidelijke focus: afstand tussen de hond en de bedreiging vergroten (door te bevriezen, vluchten, vermijden of door te vechten). Er is op zo’n moment nauwelijks tot geen ruimte over in het brein van de hond om daarnaast nog iets nieuws (een door mensen gemanipuleerde gewenste reactie) aan te leren. Dit is overigens ook een van de redenen dat het trainen met gebruik van traditionele correcties (die aansturen op angst) wordt afgeraden. De leerresultaten kunnen hierdoor worden aangetast.

 

Wanneer je een hond echt een andere emotionele reactie wilt gaan aanleren op prikkels waar hij/zij bang voor is, dan zul je de therapie en training altijd moeten starten op momenten dat een hond nog geen angst ervaart. Er is voor iedere hond een eigen afstand (of geluidsniveau) te vinden waarop de hond de prikkel wel waarneemt, maar nog geen angstreactie ervaart. Voor sommige honden ligt deze afstand op 500 meter en voor anderen is dit 2 meter. Dit zul je moeten leren herkennen bij jouw hond, voordat je de hond gepaste hulp kunt bieden. Mede daarom is het aan te raden om bij problemen die veroorzaakt worden door angst, hulp in te schakelen van een deskundige professional (gediplomeerde gedragstherapeut), die rekening houdt met het welzijn van de hond en die jou hier bij kan begeleiden.

 

HondenLot, september 2015. Inclusief bronvermelding en digitale doorverwijzing wordt delen op prijs gesteld. Copy paste/directe overname is zonder schriftelijke toestemming niet toegestaan.

 

 

 

 

 

 

Meer lezen m.b.t. gedragstherapie: