Agressie

All website content: © HondenLot | KVKnr: 69598886 | Westbeemster | mail: info@HondenLot.nl |

Agressie

Verstijven, met een harde, doordringende blik aanstaren, besluipen, opjagen, bestormen, grommen, de lippen optrekken, snauwen, snappen (in de lucht happen), blaffen, bijten. Het zijn allemaal gedragingen die vallen onder agressie. Jaarlijks worden er duizenden Nederlanders door een hond gebeten. De meeste slachtoffers zijn kinderen. Gedragsproblemen waarbij er sprake is van agressie worden veelvuldig genoemd wanneer mensen afstand doen van hun honden. Helaas bestaan er enorm veel misverstanden over agressie. Gebrek aan kennis over dit onderwerp vormt een grote bedreiging voor zowel mens als hond.

 

Wat zijn de meest voorkomende onderliggende oorzaken voor agressie en hoe kun je hier het beste op reageren? In dit artikel ga ik hier op in.

 

Agressie is nooit een op zichzelf staande diagnose (gedrag omschrijving = geen diagnose), maar altijd een uiting van een onderliggend probleem.

 

Agressie kan gezien worden als een vorm van communicatie die gericht is op een bepaalde prikkel, ook wel een trigger genoemd. Met agressie kan een hond triggers op afstand houden, afschrikken, intimideren, bedreigen of aanvallen.

 

Agressie is in verreweg de meeste gevallen een gedragsuiting die geactiveerd wordt door een overlevingsmechanisme (emotionele reactie) binnen het hondenbrein. Het doel van agressie is: bijdragen aan de overleving en het welzijn van de hond (oftewel: er is altijd sprake van eigen belang).

 

Honden gedragen zich nooit ‘zomaar uit het niets’ agressief, er is altijd sprake van een onderliggende oorzaak. Alleen grondig onderzoek kan achterhalen wat die oorzaak is.

 

De 'ladder van agressie'

Honden zijn van nature zeer conflictvermijdende dieren. Dit vergroot hun overlevingskans, want in hevige gevechten (hevig geëscaleerde agressie) zouden zij zich ernstig kunnen verwonden. Honden zijn er dus bij gebaat om escalatie van agressie te voorkomen waar mogelijk. Honden tonen dan ook vaak eerst diverse signalen, voordat zij overgaan tot aanvallen of bijten. Vaak start het met signalen van ongemak (ook wel stress-signalen of 'kalmerende' signalen genoemd). Vervolgens worden de signalen heviger in houding (verstijving) en luidruchtiger (grommen, blaffen). Pas wanneer deze signalen genegeerd worden, of wanneer belangrijke signalen door eerdere leerervaringen zijn onderdrukt, zal een hond overgaan tot bijten. Het is daarom van groot belang (voor veiligheid van alle betrokkenen) om adequaat te reageren op deze signalen (door tijdig afstand te nemen/creëren) en om waarschuwende signalen als grommen of blaffen nooit te onderdrukken met correcties. Behalve dat je de kans op agressie met negatieve ervaringen (correcties omvatten negatieve ervaringen) vergroot, wordt de hond hierdoor beperkt in zijn communicatie.

Liever een hond die duidelijk communiceert in de vorm van grommen of blaffen, dan een hond die zogenaamd 'bijt uit het niets'.

 

De rol van opwinding/stress

Het is belangrijk om te realiseren dat opwinding en stress een versterkende invloed kunnen hebben op agressief gedrag. Hoe hoger de mate van opwinding of stress, des te lager komt de drempel voor escalerende agressie te liggen. Bij opwinding en stress komen stofjes vrij in het lichaam die kunnen opstapelen (het kan uren duren voordat een scheut stress-hormonen weer door het lijf is afgebroken). Zo kan een hond die al een tijdje heel druk aan het spelen is met een bal plots agressief exploderen bij de benadering van een soortgenoot. Zo kan een hond die stress ervaart doordat hij constant aan de lijn gecorrigeerd wordt door de mens ook agressiever uit de hoek komen dan een hond die vrij mag bewegen. Onderschat dus niet de gevolgen van opwinding en stress op de drempel voor agressie bij honden. Stress-reductie is dan ook vaak een belangrijk onderdeel van het behandelplan wanneer er sprake is van agressie.

 

Pijn gedreven agressie

Wanneer er sprake is van een gedragsprobleem, dient men altijd eerst lichamelijke oorzaken uit te sluiten. Is de hond fysiek gezond of is er op enige manier sprake van fysiek ongemak en pijn? Pijn kan ervoor zorgen dat een hond plots agressief reageert. Pijn gedreven agressie heeft als doel om ongemak/pijn of eventuele verergering van pijn te voorkomen. Zo kan een hond die zijn poot bezeerd heeft, plots een agressieve snauw geven bij het afdrogen na een natte wandeling. Honden die last hebben van hun rug kunnen een ‘kort lontje’ hebben en woest uitvallen bij interactie met andere dieren (o.a. honden of mensen). Ook het gebruik van hulpmiddelen die pijn kunnen veroorzaken, kan de kans op agressieve reacties vergroten. Denk bijvoorbeeld aan het gebruik van sliplijnen, prikbanden, slipkettingen of stroombanden, maar ook aan het actief toedienen van fysieke correcties. Niet alleen een pijnscheut zelf kan een agressieve reactie in gang zetten, ook de anticipatie op pijn (n.a.v. leerervaringen), kan er voor zorgen dat honden agressie tonen.

 

Angst gedreven agressie

Angst is met afstand de meest voorkomende onderliggende oorzaak bij agressieproblemen. Deze emotionele reactie (o.a. aangestuurd door het sympathisch zenuwstelsel) heeft als doel om de afstand tussen de hond en trigger zo snel mogelijk te vergroten (afschrikken) en om de hond in veiligheid te brengen (bedreigingen af te schrikken en/of uit te schakelen). Veel voorkomende triggers zijn zaken waar de hond niet aan gewend is (gebrek aan voorspelbaarheid en informatie) of negatieve associaties mee heeft opgebouwd (eerdere negatieve leerervaringen hebben plaatsgevonden). Denk bijvoorbeeld aan triggers als:

  • Bepaalde uiterlijke kenmerken, leeftijd en het geslacht

Denk hierbij aan vachtkleur, huidskleur, groot/lang/klein, jong of volwassen, kleding, etc.

  • Bepaalde gedragingen

Denk hierbij aan plotse abrupte bewegingen, directe benadering, bepaalde houdingen (over de hond heen buigen bijvoorbeeld), onverwachte handelingen (bijv. mens die plots hand boven op de kop legt), plots opspringen, plots binnenkomen, etc.

  • De omgeving

Denk hierbij aan een omgeving waar de hond negatieve associaties mee heeft, zoals misschien een dierenartsenpraktijk, of wanneer de hond zich in een hele kleine ruimte bevindt (in een smalle doorgang, in een bench, in de achterbak van een auto, etc.).

 

Hoewel angst gedreven agressie vaak defensief is (intentie: vermijden en voorkomen van escalatie), kunnen leerervaringen ervoor zorgen dat er een omslag plaatsvindt naar offensieve agressie (intentie: actieve bedreiging). Dit is met name het geval bij herhaaldelijke blootstelling aan dezelfde soort triggers. De verlaagde houding (defensief) slaat dan om naar een verhoogde houding (offensief).

Het is een groot misverstand dat honden die agressie tonen in een verhoogde houding zelfverzekerd (of dominant) zouden zijn. In verreweg de meeste gevallen reageren ook deze honden uit angst. Waar defensieve agressie meer neigt naar het vermijden en voorkomen van verdere escalatie, neigt offensieve agressie meer naar een actievere, opgewonden vorm van dreigen. De houding/intentie verklapt niet het onderliggende overlevingsmechanisme.

Frustratie gedreven agressie

Frustratie gedreven gedrag heeft als doel: het behouden of verkrijgen van voorspelbaarheid en controle over eigen belevenissen of het verkrijgen of behouden van bronnen die voor de hond van grote waarde zijn (bij ‘bronnen’ kun je denken aan zaken als voedsel, comfort, speeltjes, aandacht, etc…). Wil je eerst meer lezen over frustratie bij honden en het belang van frustratie tolerantie, klik hier.

Wanneer frustratie gedreven agressie opspeelt is er vaak sprake van een conflictgevoel bij de hond. Denk bijvoorbeeld aan:

  • Bronnen die voor de hond van grote waarde zijn die door anderen benaderd worden waarbij de hond het gevoel krijgt dat hij toegang tot die bronnen kan verliezen (bijvoorbeeld: terwijl de hond geaaid/gevoerd wordt komt er een andere hond of mens aangelopen. Nog een voorbeeld: terwijl de hond met een lievelingsspeeltje speelt of op een botje kluift, komt er een andere hond of een kleuter naartoe gekropen)
  • Wanneer de hond gehinderd wordt bij het uiten van (door de hond) gewenst gedrag, bijvoorbeeld omdat hij vastgebonden is of wordt geblokkeerd.
  • Wanneer voorspelbaarheid ontbreekt en de hond niet weet wat te verwachten, waardoor de kans op teleurstellingen toeneemt.

Frustratie gedreven agressie wordt regelmatig ten onrechte dominante agressie genoemd. De hond is op zulke momenten niet bezig met het vaststellen van een rangorde of met het verkrijgen van een bepaalde status binnen een relatie met anderen. Ook bij frustratie gedreven agressie handelt de hond uit eigen belang.

 

Wanneer gedragstherapeuten niet zijn bijgeschoold m.b.t. de krachtige, stuwende invloed van overlevingsmechanismen (neurologische processen) op gedrag, zijn zij geneigd om gedragsomschrijvingen te gebruiken als diagnose. Termen als bijvoorbeeld 'bezitsagressie' of 'territoriale agressie' kunnen soms echter tekort schieten bij het bepalen van de beste behandeling wanneer het niet duidelijk is welk overlevingsmechanisme(n) een rol spelen.

 

Spel gedreven agressie

Tijdens spel is het nooit de intentie van de hond om schade aan te richten. Bovendien is er in deze gevallen sprake van een positieve emotionele toestand. Wanneer spel de context is van probleemgevende vormen van agressie, betreft het meestal hoge opwinding, happerig gedrag, weinig impuls controle en/of een te harde bijtdruk. Dit komt veel voor bij jonge honden die (nog) niet geleerd hebben om hun gedrag goed te controleren. Spelagressie kan o.a. omschieten in angst-, pijn- of frustratie gedreven agressie wanneer mensen hierop reageren met traditionele correcties.

 

Prooiagressie: verlangen gedreven agressie

Bij prooiagressie ligt de motivatie bij het opjagen, vangen en mogelijk doden/opeten (niet altijd het geval) van de prooi. Ook hier is er sprake van een positieve emotionele toestand die verbonden is aan exploratie en het uitbuiten van bronnen.

Dit wordt vooraf gegaan door staren/fixeren, sluipen (in stilte!) en uiteindelijk opjagen. Deze vorm van agressie stopt in de meeste gevallen wanneer de 'prooi' stopt met bewegen. Soms kan er tijdens een achtervolging frustratie ontstaan wanneer de hond de prooi niet kan bijhouden, in dat geval kan een hond gaan blaffen als vorm van frustratie gedreven agressie.

Doordat veel mensen de definitie van prooiagressie verkeerd interpreteren en koppelen aan snel bewegende triggers, wordt prooiagressie helaas vaak onterecht verward met angstagressie. Met name wanneer de hond fietsers, joggers en/of skate boarders woest aanblaft en vervolgens achtervolgt, ontstaat er een misverstand. Deze vorm van wegjagen, voorafgegaan door luid blaffen (dus niet in stilte besluipen of opjagen) hoort eerder thuis bij angstgedreven agressie, dan bij prooiagressie.

 

Redirectie

Redirectie-agressie vindt altijd plaats als tweede vorm naast een andere uiting van agressie. Er is dan sprake van hoge opwinding waarbij de agressie die in eerste instantie gericht is op triggers wordt omgericht naar datgene wat op dat moment het dichtst in de buurt/bereikbaar is. Wanneer mensen ingrijpen bij een hondengevecht is de kans dat ze zelf worden gebeten door redirectie groot. Een hond die uitvalt aan de lijn kan ook plots happen in de arm of been van de mens of hond die naast hem staat. De agressie is gericht op een trigger waar de hond op dat moment niet bij kan en dit wordt vervolgens ‘afgereageerd’ op datgene waar de hond op dat moment wel bij kan. Nog een voorbeeld: twee honden in een afgezette tuin waarbij een hond agressief aanslaat wanneer iemand passeert en vervolgens de andere hond aanvalt in een redirectie vorm van agressie. De juiste diagnose kan in zo'n geval lastiger te stellen zijn dan verwacht.

 

Pathologisch (m.b.t. ziekte), impulsieve agressie

Pathologische agressie (ziek gedrag) betreft volkomen onvoorspelbare, impulsieve agressieve reacties die onverklaarbaar tot uiting komen. Dergelijke agressie kan voortkomen uit een verkeerde balans van hormonen en/of neurotransmitters die o.a. gedrag aansturen. Bij deze vorm van agressie is er geen sprake van duidelijke triggers. Het is haast onmogelijk om dit gedrag te voorkomen. Het inschakelen van een veterinaire gedragsdeskundige, die eventueel een uitgebreide therapie en/of gedragsmedicatie kan voorschrijven, is in dergelijke gevallen noodzakelijk. Gelukkig komt deze heftige impulsieve vorm van agressie weinig voor, maar: ook bij alle eerder genoemde vormen van agressie, spelen hormonen en neurotransmitters een grote rol. Bij alle vormen van overmatige agressie kan het inschakelen van een veterinaire gedragsdeskundige dus een zeer verstandige keuze zijn.

 

Hoe kun je als mens het beste reageren op agressie?

Wanneer een hond agressie toont zijn er vier stappen die genomen dienen te worden.

Stap 1: Vergroot de afstand tussen hond en trigger. Dit geldt voor alle mogelijke vormen van agressie. Stop. Neem afstand!

Stap 2: Evalueer de situatie en achterhaal de onderliggende oorzaak.

Stap 3: Stel een plan op waarmee je het gedrag in de toekomst zo veel mogelijk kunt voorkomen (management).

Stap 4: Gedragstherapie en training, waarbij alle vormen van traditionele correcties en agressieve confrontaties uit den boze zijn.

 

Tips m.b.t. management/voorkomen:

  • Voorkom zoveel mogelijk contact met potentiële triggers
  • Houd de hond aangelijnd
  • Creëer afstand tussen hond en triggers door bijvoorbeeld op tijd over te steken op straat en achter auto’s of bloembakken (visuele barrières) te lopen.
  • Wanneer de hond agressief reageert op bezoek, zorg dat de hond in een andere- of door babyhekjes afgesloten ruimte is wanneer bezoek binnenkomt, of lijn de hond aan.
  • Leer de hond een muilkorf aan door gebruik te maken van positieve associaties

 

Onderdelen van gedragstherapie & training:

  • Het leren lezen van de lichaamstaal van honden en het op tijd herkennen van signalen die onderdeel zijn van de ladder van agressie.
  • Het uitsluiten van methodes die confrontatie gericht zijn: geen traditionele correcties die agressief gedrag verder stimuleren. Geen dwang of intimidatie.
  • Het creëren van zo veel mogelijk voorspelbaarheid voor de hond, door gebruik te maken van duidelijke en consequente routines en patronen.
  • Gedragstherapie methodes die gebaseerd zijn op systematische desensitisatie (het geleidelijk blootstellen aan triggers op zeer grote afstand, zonder stress opbouw) en counter conditioneren (het geven van een andere betekenis aan triggers)
  • Door gebruik te maken van belonen en het opdoen van zo veel mogelijk positieve associaties. Hoe meer positieve emoties, hoe minder kans op agressie.

 

 

* meer lezen over dominantie bij honden, klik hier.

* meer lezen over angst bij honden, klik hier.

* meer lezen over corrigeren en traditionele correcties, klik hier.

 

HondenLot, februari 2016. Bijgewerkt naar nieuwe inzichten in september 2018. Inclusief bronvermelding en digitale doorverwijzing wordt delen op prijs gesteld. Copy paste/directe overname is zonder schriftelijke toestemming niet toegestaan.

 

Referenties:

  • K. L. C. Sueda, R. Malamed, Canine Aggression Toward People: A Guide For Practitioners. Veterinary Clinics of North America: Small Animal Practice, 2014
  • K. Shepherd, Ladder of aggression. Horowitz D, Mills D.S., BSAVA Manual of Canine and Feline Behavioural Medicine, 2009
  • Mills, D., Braem Dube, M., Zulch, H. (2013). Stress and Pheromonatherapy in Small Animal Clinical Behaviour.

 

 

 

 

 

 

 

 

Meer lezen m.b.t. gedragstherapie: