Website inhoud © HondenLot | KVKnr: 69598886 | Westbeemster | mail: Lot@HondenLot.nl |

Verreweg de meest toegepaste theorie in de hondenwereld is die van operante conditionering. In dit artikel leg ik uit wanneer de theorie is ontwikkeld, wat operante conditionering inhoudt, welke grote valkuil er op de loer ligt én hoe je de theorie het beste kunt toepassen, zonder dat er discussies over ontstaan.
Het kwam tot ontwikkeling door mensen die eind 1800 en begin 1900 onderzoek deden naar gedrag. Ze wilden vooral meer leren over het gedrag van mensen. Ze wilden het begrijpen, voorspellen én beïnvloeden. Omdat het tegen die tijd al bekend was dat er gelijkenissen bestaan tussen mensen en andere diersoorten, voerden nieuwsgierige onderzoekers allerlei gecontroleerde gedragsexperimenten uit met andere diersoorten, in de hoop om meer over mensen te leren.
Eind 1800 (1898) sloot een onderzoeker, Thorndike, een uitgehongerde kat op in een afgesloten kist, die van binnenuit wel te openen was, maar het was de vraag of de kat dat zou gaan ontdekken. Na het opsluiten van de hongerige kat werd er een schoteltje sterk ruikende makreel in de buurt van die kist geplaatst. De kat probeerde allerlei gedrag uit en opende de kist. Dit experiment werd herhaald. Thorndike sloot de betreffende hongerige kat weer op. En nog een keer, en nog een keer. Met een stopwatch hield hij bij hoelang het duurde voordat de kat de kist open kreeg. De kat bleek er steeds sneller toe in staat te zijn. De kat leerde om de kist te openen! Gedragsontwikkeling! Hieruit ontwikkelde Thorndike de wet van effect: Gedrag wat het dier wat kan opleveren zal in stand blijven en toenemen. Gedrag wat het dier niets oplevert of gedrag wat negatieve gevolgen heeft, zal afnemen.
In de jaren 30 (1937) werkte een andere onderzoeker, Skinner, de theorie van Thorndike verder uit. Hij liet dieren (met name ratten en duiven) opsluiten in gecontroleerde boxen en hield het gedrag van de dieren nauwkeurig bij terwijl hij het gedrag probeerde te beïnvloeden met allerlei verschillende gevolgen. Hij ontdekte patronen en ontwikkelde zijn theorie: operante conditionering. Dit groeide uit tot een van de meest populaire leertheorieën.
Operante conditionering: gedragsontwikkeling aan de hand van gevolgen.
Praktisch voorbeeld: een hond duwt een vuilnisbak om (gedrag) en als gevolg levert het de hond toegang op tot voedselresten (toevoeging van voedsel). Hierna duwt de hond vaker vuilnisbakken om (er is sprake van gedragsontwikkeling aan de hand van gevolgen).
Bekrachtiging: wanneer het gedrag toeneemt door toedoen van het gevolg, dan is er sprake van bekrachtiging.
Praktisch voorbeeld: een hond gaat zitten (gedrag) waarna een mens de hond kroelt op de borst (gevolg). Hierna gaat de hond vaker zitten in het bijzijn van die persoon (gedragsontwikkeling aan de hand van gevolgen).
Bekrachtiger: een gevolg op gedrag die zorgt dat het betreffende gedrag toeneemt.
Praktisch voorbeeld: het toevoegen van voertjes, spel of sociale interactie (als bekrachtigend gevolg) of het wegnemen/uitzetten van een huishoudelijk apparaat of het weglopen van een voorbijganger (als bekrachtigend gevolg) mits het betreffende gedrag toeneemt.
Positieve bekrachtiging: wanneer het gevolg een toevoeging van iets betreft én het gedrag hierdoor toeneemt, dan is er sprake van positieve (iets toevoegen) bekrachtiging (toename van het gedrag).
Praktisch voorbeeld: een hond gaat steeds vaker bedelen (gedrag neemt toe), omdat er voedsel op volgt (gevolg=toevoeging van voedsel).
Negatieve bekrachtiging: wanneer het gevolg het wegnemen van iets betreft én het gedrag hierdoor toeneemt, dan is er sprake van negatieve (iets wegnemen) bekrachtiging (toename van het gedrag).
Praktisch voorbeeld: een hond gaat steeds vaker oogcontact maken met gezinsleden (gedrag neemt toe) wanneer de buurhond uitvalt, omdat de gezinsleden de hond als gevolg direct weg begeleiden van de buurhond (gevolg=het wegnemen/verdwijnen van de uitvallende buurhond).
Straf: wanneer het gedrag afneemt en/of stopt door toedoen van het gevolg, dan is er sprake van straf.
Praktisch voorbeeld: een hond benadert een persoon (gedrag) en de persoon lijnt de hond vervolgens aan (gevolg). Hierna benadert de hond die persoon niet meer (afname/stoppen van gedrag).
Bestraffing: een gevolg op gedrag die zorgt dat het gedrag afneemt en/of stopt.
Praktisch voorbeeld: een speeltje wegbergen (als bestraffend gevolg) of het horen van een grom van een andere hond (als bestraffend gevolg) waarna het betreffende gedrag afneemt.
Positieve straf: wanneer het gevolg een toevoeging van iets betreft én het gedrag hierdoor afneemt/stopt, dan is er sprake van positieve (iets toevoegen) straf (afname/stoppen van het gedrag).
Praktisch voorbeeld: bij het benaderen van een andere hond (gedrag) geeft de andere hond een snauw (gevolg) waarna het gedrag (het benaderen van die andere hond) afneemt.
Negatieve straf: wanneer het gevolg het wegnemen van iets betreft én het gedrag hierdoor afneemt/stopt, dan is er sprake van negatieve (iets wegnemen) straf (afname/stoppen van het gedrag).
Praktisch voorbeeld: de hond maakt actief contact met zijn gezinslid door de snoet tegen het been aan te duwen (gedrag) waarna het gezinslid wegkijkt van de hond, haar smartphone pakt en hierop gaat kijken (wegnemen van sociale interactie). Hierna maakt de hond minder vaak op deze manier contact met het gezinslid (gedrag neemt af).

Mensen zijn geneigd om de vier verschillende vormen van operante conditionering te verbinden aan vaststaande ervaring(en) en vaststaande welzijnsgevolgen. Bijvoorbeeld: beweren dat straf áltijd een onprettige ervaring zou betreffen en beweren dat bekrachtiging áltijd een prettige ervaring zou betreffen. Dit wordt veel gedaan, maar het is een valkuil, want hoe het individu het gevolg ervaart kan verschillen per individu en per situatie! Dit kan oneindige discussies opleveren. De aanname van vaststaande ervaringen kan ook onjuist uitpakken.
Een afname van gedrag (straf) zou ook kunnen voortkomen uit een gevolg die het dier als prettig ervaart. Bijvoorbeeld: als een hond blaft en het gevolg is het toevoegen van voertjes, waarna de hond stopt met blaffen en het blafgedrag hierdoor daadwerkelijk afneemt (omdat, bijvoorbeeld de associatie die de hond had veranderd is, wat een andere leervorm betreft dan operante conditionering), dan is er volgens bovenstaande uitleg nog steeds sprake van positieve straf. Immers: er wordt iets toegevoegd (voer) en het gedrag (blaffen) neemt af.
Een toename van gedrag (bekrachtiging) kan ook voortkomen uit een gevolg die het dier als onprettig ervaart. Bijvoorbeeld: als een hond gromt en het gevolg is het toevoegen van een tik op de neus, waarna de hond nog harder gaat grommen en het gromgedrag daadwerkelijk toeneemt, dan is er volgens bovenstaande uitleg nog steeds sprake van positieve bekrachtiging. Immers, er wordt iets toegevoegd (een tik) en het gedrag (grommen) neemt toe.
Operante conditionering zou wat mij betreft dan ook niet gebruikt moeten worden als welzijnskader! Hoe een dier iets ervaart kan verschillen per individu en per situatie. Het is mijns inziens onmogelijk en onjuist om de 4 vormen van operante conditionering te koppelen aan vaststaande welzijnsgevolgen. Daarmee open je een beerput aan discussies die geen einde zal kennen, omdat het afhankelijk zal blijven van het individu en de situatie.
Eigenlijk kun je deze theorie alleen gegarandeerd correct toepassen na de uitvoering van gedragsexperimenten (het liefst in een zo gecontroleerd mogelijke omgeving). Voor een correcte toepassing volg je de volgende stappen:
Stap 1: bepaal eerst het gedrag waarop je deze theorie wil toepassen.
Stap 2: bepaal het gevolg. Hiermee kan je vaststellen of het een positieve of negatieve vorm van operante conditionering betreft. Wordt er als gevolg op het betreffende gedrag iets toegevoegd (positieve) of iets weggenomen (negatieve)?
Stap 3: voer het gedragsexperiment herhaaldelijk uit en stel vast wat er met het betreffende gedrag gebeurt. Neemt het gedrag toe (bekrachtiging) of neemt het gedrag af (straf)?
Pas wanneer je bovenstaande stappen hebt doorlopen, kun je bepalen welke van de 4 vormen van operante conditionering daadwerkelijk heeft plaatsgevonden. Niet eerder!
Zonder uitgevoerde gedragsexperimenten omvat het een speculatieve toepassing van de theorie. Aan de hand van speculatie kun je overigens wel prima succesvolle trainingsinterventies bedenken, maar iets bedenken is niet altijd hetzelfde als het toepassen in de praktijk.
De meeste stappenplannen en oefeningen van hondentrainers zijn gebaseerd op speculatieve toepassingen van deze theorie.
De praktijk Het uitvoeren van die stappen in de praktijk zal uitwijzen wat er daadwerkelijk gebeurt.
Operante conditionering kent, naast valkuilen ook meerdere beperkingen. Er bestaan namelijk meer leervormen dan alleen operante conditionering (bijvoorbeeld klassieke conditionering op basis van associatie en sociaal leren op basis van observatie).
Bij het toepassen van deze theorie wordt er bovendien vaak alleen rekening gehouden met door mensen waarneembaar gedrag en met door mensen waarneembare gevolgen. Met de kennis die nu beschikbaar is (we leven niet meer in 1937), weten we dat gedrag ook kan bestaan én ontstaan én ontwikkelen zonder dat alles direct waarneembaar of meetbaar is voor ons.
Ook Skinner, de bedenker van deze theorie, constateerde dit en hij deelde veelvuldig dat het verloop van zijn experimenten niet vaststond. Hij merkte o.a. dat omstandigheden (context) van invloed waren op het gedrag en op de effecten op gedrag. Ook merkte hij op dat interne (niet zichtbare) omstandigheden van invloed konden zijn. Zo reageerden de ratten en duiven verschillend op aangeboden voedsel en bleek dit mede afhankelijk van hoeveel honger zij hadden. De motivatie van dieren wordt dus door aanzienlijk meer beïnvloed dan alleen de gevolgen op gedrag!
Er bestaan tal van onzichtbare invloeden op gedrag. Hierover kun je meer ontdekken bij het verder doornemen van de vele artikelen op mijn website: www.HondenLot.nl
Geschreven door Liselot Boersma, welzijnsdeskundige (PgDip CABW) en eigenaar van HondenLot, maart 2026. Copy paste/directe overname van teksten of afbeeldingen is zonder schriftelijke toestemming niet toegestaan. Het delen van de URL van deze website pagina is wel toegestaan en wordt op prijs gesteld.
Website inhoud © HondenLot | KVKnr: 69598886 | Westbeemster | mail: Lot@HondenLot.nl |